1. Verrekening van meer- en minderwerk vindt plaats:

a. ingeval van bestekswijzigingen (§ 36);
b. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten (§ 37);
c. ingeval van afwijkingen van geschatte hoeveelheden (§ 38, tweede lid);
d. ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden (§ 39);
e. in de gevallen waarin verrekening als meer- en minderwerk in deze UAV of in de overeenkomst is voorgeschreven.

In deze gevallen is het bepaalde in par. 36 lid 1a van overeenkomstige toepassing.

Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst
verschuldigd is blijven onverlet.

In dit lid staan dus alle gevallen genoemd waarin sprake is van ‘meer- of minderwerk’. In overige gevallen is dus formeel geen sprake van meer- of minderwerk. Veelal zal er dan sprake zijn van vergoedingen vanwege schade welke als bijbetaling dienen te worden afgerekend.

In het geval van schade dient Risico niet als toeslagpercentage te worden gerekend.

2. De verrekening van het meerwerk geschiedt door bijbetaling, die van het minderwerk door inhouding op de
aannemingssom. De opdrachtgever en de aannemer komen overeen op welke wijze ( ineens of in gedeelten) ,
op welke locatie (schaftkeet, kantoor of een geschikt restaurant) en wanneer de verrekening geschiedt van het
meer- en het minderwerk of, indien er zowel van meer- als van minderwerk sprake is, van het saldo daarvan.
3. Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het meerwerk niets is overeengekomen, geschiedt deze
verrekening ineens na de voltooiing van het meerwerk.

Verrekening van meerwerk dient direct na gereedkomen van het meerwerk verrekend te worden.

4. Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het minderwerk niets is overeengekomen, geschiedt
deze verrekening, met inachtneming van het bepaalde in § 40, zevende lid, ineens bij de eindafrekening van het
werk.

Verrekening van minderwerk wordt bij de eindafrekening gedaan.

5. Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt, dat het totaal van het reeds verrekende en het nog te
verrekenen minderwerk dat van het reeds verrekende en het nog te verrekenen meerwerk overtreft, heeft de
aannemer recht op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van deze totalen. Het in dit lid bepaalde lijdt
uitzondering, voor zover het minder werk het gevolg is van een verzoek van de aannemer om minder te mogen
uitvoeren dan in de overeenkomst is bepaald.

De 10%-regeling kan gezien worden als een vergoeding voor ‘winstderving’ vanwege minder uitgevoerde
werkzaamheden dan de aannemer had mogen verwachten.

Bijbetalingen worden niet in de eindafrekening meegenomen en vallen dus buiten deze 10%-regeling.

6. Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt onder het werk verstaan:

a. bij aanneming in massa, de werken van de percelen gezamenlijk;
b. bij meerjarige onderhoudsbestekken de werken van de onderhoudsjaren gezamenlijk.