1. Indien de directie of de aannemer tijdens de loop van het werk de toestand waarin enig onderdeel van het werk op zeker tijdstip verkeert, of enig ander feit of feitenverloop betreffende de uitvoering of voorbereiding van het werk wenst vast te leggen, kan zij of hij schriftelijk vorderen, dat die toestand gemeenschappelijk wordt
opgenomen of dat feit of feitenverloop gemeenschappelijk wordt geconstateerd en in een op te maken en door
hen beiden te ondertekenen proces− verbaal wordt beschreven

De directie en de aannemer kunnen beiden een dergelijk verzoek doen.

2. Indien de directie of de aannemer aan de in het eerste lid bedoelde vordering niet voldoet, kan de wederpartij
de toestand in een proces−verbaal doen vastleggen overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van
Arbitrage voor de Bouw, zoals dit drie maanden voor de dag van de aanbesteding luidt, onverlet de bevoegdheid
van de wederpartij zelf de verlangde opnemingen en constateringen in aanwezigheid van getuigen te verrichten
en vast te leggen in een met de getuigen te ondertekenen proces−verbaal. De waardering van het aan dit
proces− verbaal toe te kennen bewijs is aan het scheidsgerecht van genoemde Raad overgelaten.
3. Het proces−verbaal, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in tweevoud opgemaakt; één exemplaar is
bestemd voor de directie en één voor de aannemer.