1. Ingeval de aannemer de op hem rustende verplichtingen niet nakomt en de opdrachtgever hem deswege in
gebreke stelt, zal de ingebrekestelling schriftelijk geschieden en zal de opdrachtgever de aannemer daarbij een
redelijke termijn stellen om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Reeds voordat de gestelde termijn is
verstreken, is de opdrachtgever in dringende gevallen gerechtigd voor rekening van de aannemer zodanige
maatregelen te nemen als hij ten nutte van het werk dienstig oordeelt. Indien de aannemer nalatig blijft zijn
verplichtingen na te komen, is de opdrachtgever gerechtigd het werk voor rekening van de aannemer te
voltooien of te doen voltooien, onverminderd des opdrachtgevers recht op schadevergoeding.
In de praktijk wordt de aannemer, bij niet nakomen van afspraken, zelden door de opdrachtgever in gebreke
gesteld waardoor voor de directie de kans op een gedeelde verantwoordelijkheid, of een mogelijk ‘stilzwijgend
aanvaarden’ groter wordt.
2. Ingeval de aannemer voor de uitvoering van het werk te weinig personeel of hulpmiddelen, dan wel
hulpmiddelen van onvoldoend vermogen of gebrekkige hulpmiddelen bezigt, waardoor naar het oordeel van de
directie ontoelaatbare vertraging in de uitvoering ontstaat, zal de directie de aannemer schriftelijk aanmanen de
uitvoering te bespoedigen. Indien de aannemer nalatig blijft, is de directie gerechtigd voor rekening van de aannemer zodanige maatregelen te nemen als zij voor de vlotte totstandkoming van het werk dienstig oordeelt.
De directie heeft na een aan de aannemer verzonden aanmaning de bevoegdheid om die maatregelen te treffen
die zij nodig acht om een ontoelaatbare vertraging te beperken of te voorkomen.
3. Indien de aannemer in staat van faillissement wordt verklaard, is de opdrachtgever bevoegd de curator te
sommeren om binnen acht dagen te verklaren of hij bereid is het werk voort te zetten onder zodanige
genoegzame zekerheidstelling als de opdrachtgever blijkens de sommatie verlangt. In afwachting van de
beslissing omtrent de voortzetting van het werk is de opdrachtgever in dringende gevallen gerechtigd voor
rekening van de aannemer zodanige maatregelen te nemen als hij ten nutte van het werk dienstig oordeelt.
Indien de curator zich bereid verklaart het werk voort te zetten, is hij verplicht bij die verklaring de verlangde
zekerheid te stellen. Indien de curator niet bereid is het werk voort te zetten, is de opdrachtgever gerechtigd het
werk voor rekening van de aannemer te voltooien of te doen voltooien, onverminderd des opdrachtgevers recht
op schadevergoeding.
4. Ingeval de aannemer onder curatele wordt gesteld, is het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige
toepassing. Ingeval de aannemer surseance van betaling wordt verleend of hij met rechterlijke machtiging in een
psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst, is het bepaalde in het derde lid eveneens van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat voor de ‘curator’ wordt gelezen ‘de aannemer en de bewindvoerder’
onderscheidenlijk ‘de provisionele bewindvoerder of de curator’.
5. Ingeval de aannemer overlijdt, is de overeenkomst niet uit dien hoofde ontbonden. Het bepaalde in het derde lid is alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de curator’ wordt gelezen ‘de
erfgenamen’. Indien de opdrachtgever zulks verlangt, zijn de erfgenamen verplicht één van hen of een derde
schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen.
6. De opdrachtgever zorgt er voor, dat de kosten, die voor de aannemer voortvloeien uit de toepassing van de
bepalingen in deze paragraaf, binnen redelijke grenzen blijven.
7. Ingeval de opdrachtgever overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf maatregelen ten dienste van het
werk neemt dan wel het werk zelf voltooit of door derden doet voltooien, is hij gerechtigd daarbij van alle ter
beschikking van de aannemer staande hulpmiddelen gebruik te maken of te doen maken.
8. De opdrachtgever is verplicht de in het voorgaande lid bedoelde hulpmiddelen in goede staat te onderhouden of te doen onderhouden en deze zo spoedig mogelijk, nadat zij voor de uitvoering van het werk niet meer nodig
zijn, weer ter beschikking van de aannemer te stellen. Schade, gedurende de periode van het gebruik aan deze
hulpmiddelen toegebracht, is voor rekening van de opdrachtgever, tenzij hij bewijst, dat de schade niet aan hem
is toe te rekenen.
zie ook § 40 lid 12 en 13