1. De aannemer is verplicht de vondst van alle voorwerpen, die bij de uitvoering van het werk worden gevonden en die van waarde zijn of uit een historisch of wetenschappelijk oogpunt van belang kunnen zijn, terstond aan de
directie te melden en deze voorwerpen zo mogelijk in handen van de directie te stellen, tenzij het bestek anders
bepaalt.
Het hier genoemde ‘in handen stellen van de directie’ dient gelezen te worden als ‘melden aan de directie’. zie ook § 6 lid 15, § 14, § 16a en § 29 en RAW-bepaling 01.01.13