1. De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport, bedoeld in § 27, wordt aangetekend.

De aannemer meldt dus aan de directie wanneer hij het werk zover klaar heeft dat dit kan worden opgenomen
ten behoeve van de oplevering.

2. De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde
dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen
tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de
opneming tegenwoordig is.

Uit dit artikel blijkt dat de directie dus degene is die het werk opneemt! De opneming kan dus eventueel zonder
aanwezigheid van de aannemer worden gedaan.

3. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al
dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding
van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag
waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden.
4. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling bedoeld in het vorige lid,
worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de
datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt
de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst.
5. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is
goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval bedoeld in het vierde lid, een overeenkomstig
aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de
opneming te zijn goedgekeurd.
6. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd.
7. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen
reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan.
De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen.

Als ondanks de nog aanwezige gebreken het ingebruiknemen geen hinder oplevert dan kan het werk dus wel
worden opgeleverd maar met een restpuntenlijst. De onderhoudstermijn is dan al wel ingegaan ook al is nog niet
al het werk uitgevoerd.

8. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen
overeenkomstige toepassing.
9. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer
zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de
voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden.