Deze paragraaf is alleen van toepassing wanneer beproeving van technische installaties in het bestek is
voorgeschreven.

1. Beproeving van het technische installatiewerk of een of meer onderdelen daarvan vindt plaats, indien dit is
overeengekomen. De beproeving geschiedt door de aannemer in aanwezigheid van de directie en dient om vast
te stellen of het technische installatiewerk, of het desbetreffende onderdeel daarvan, op het gebied bestreken
door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen voor zover dit op het tijdstip van de beproeving
mogelijk is.
2. Aannemer en directie stellen in onderling overleg het tijdstip van de beproeving vast. Indien aannemer en
directie niet komen tot gemeenschappelijke vaststelling van het tijdstip van de beproeving, stelt de aannemer dit
tijdstip vast en geeft van dit tijdstip ten minste acht dagen tevoren schriftelijk kennis aan de directie.
3. Ten behoeve van de beproeving stelt de aannemer voor zijn rekening het nodige materieel en het personeel
voor de bediening daarvan beschikbaar. De kosten van de voor de beproeving benodigde hoeveelheid water en
energie zijn voor rekening van de opdrachtgever.
4. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de beproeving, stelt de aannemer een rapport op waarin het beproevingsresultaat is opgenomen, alsmede, indien zulks is overeengekomen, een meetstaat die de
meetresultaten en andere relevante gegevens vermeldt. Door de ondertekening van dit in tweevoud op te
maken rapport door de aannemer en de directie staan de resultaten van de beproeving vast. Indien de directie
tijdens de beproeving niet aanwezig is geweest, staan de resultaten van de beproeving vast door de enkele
vermelding daarvan in het rapport.
5. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken
door de beproeving, niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, zal, nadat de aannemer de nodige
verbeteringen heeft aangebracht, de beproeving worden herhaald. Op deze herhaalde beproeving zijn de vorige
leden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dit geval de kosten voor water en energie,
benodigd voor de beproeving, voor rekening van de aannemer zijn.
6. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken
door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen en het technische installatiewerk ook overigens is
voltooid, vindt opneming van het technische installatiewerk plaats zoals bedoeld in § 9.