1. Voor de beslechting van de in deze paragraaf bedoelde geschillen doen partijen uitdrukkelijk afstand van hun
recht de tussenkomst van de gewone rechter in te roepen.

Van deze regel wordt in bestekken vaak afgeweken vanwege een voorkeur van veel opdrachtgevers voor
rechtspraak door de rechter in plaats van door de Raad van Arbitrage voor de bouw.

2. Alle geschillen, welke ook − daaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden
beschouwd − die naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel
mochten zijn, tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage
overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, zoals dit drie maanden voor
de dag van aanbesteding luidt.
3. De aannemer, die een geschil betreffende de eindafrekening aan de in het tweede lid genoemde Raad ter
beslechting voorlegt, nadat de opdrachtgever zijn definitieve beslissing omtrent de eindafrekening schriftelijk ter
kennis van de aannemer heeft gebracht, is niet ontvankelijk in hetgeen hij meer of anders vordert dan die
eindafrekening inhoudt, indien hij het geschil aanhangig maakt later dan zes maanden nadat de opdrachtgever
bij aangetekende brief de aandacht van de aannemer op deze termijn heeft gevestigd, tenzij de vordering
voortvloeit uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of
gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft ieder der partijen het recht het geschil, voor zover het dientengevolge
onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig deze paragraaf te doen beslechten. De vordering is niet
ontvankelijk, indien zij bij de in het tweede lid genoemde Raad wordt aanhangig gemaakt later dan drie
maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak. Degene die als scheidsman of
secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, zal aan de nieuwe behandeling niet mogen
medewerken.
5. Indien beide partijen in onderling overleg hieraan de voorkeur geven, worden de in het tweede lid bedoelde
regelen vervangen door die, gegeven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -handel,
met dien verstande dat in aanvulling dezer regelen de bepaling geldt, dat scheidslieden niet bevoegd zijn het
tussen partijen overeengekomen te wijzigen.
6. Indien beide partijen zich erin kunnen vinden dan zullen ‘lastige’, ‘vervelende’ of zelfs ogenschijnlijk
‘onmogelijke’ geschilpunten ter bemiddeling worden voorgelegd aan Petersen Civiele Techniek te Tiel.