1. Onder schade aan het werk in de zin van deze paragraaf wordt verstaan schade aan het geheel of gedeeltelijk
door de aannemer ten behoeve van de opdrachtgever gebouwde of gemaakte, aan de hulpwerken, aan de op of
bij het werk aangevoerde bouwstoffen en voor het werk noodzakelijke hulpmiddelen. Onder schade aan
bouwstoffen wordt tevens verstaan het verlies daarvan.

Het werk kan vanaf de datum van aanvang tot de oplevering gezien worden als de verantwoordelijkheid van de
aannemer. De aannemer heeft als eerste de taak om ‘goed voor het werk te zorgen’.

Schade aan eigendommen van de opdrachtgever of van derden is in § 6 lid 8 en 9 beschreven en schade voor de
aannemer en hoe hij dan moet handelen, is in § 6 lid 15 beschreven.

2. Van het ontstaan van schade aan het werk geeft de aannemer zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen een week nadat hem daarvan is gebleken of had kunnen blijken, kennis aan de directie.
3. Onverminderd de aansprakelijkheid van partijen krachtens de overeenkomst of de wet is schade aan het werk
voor rekening van de aannemer, tenzij deze schade het gevolg is van buitengewone omstandigheden tegen de
schadelijke gevolgen waarvan de aannemer in verband met de aard van het werk geen passende maatregelen
heeft behoeven te nemen, en het onredelijk zou zijn de schade voor zijn rekening te doen komen.

Bij schade zal dus vooral bepaald moeten worden of de aannemer nalatigheid te verwijten valt en of er sprake
zou kunnen zijn van buitengewone omstandigheden waartegen de aannemer geen maatregelen heeft hoeven
treffen.

4. Na het ontstaan van schade aan het werk is de aannemer verplicht tijdig de nodige maatregelen tot beperking
daarvan te treffen. Bij aanwezigheid van de directie handelt hij daarbij onder haar goedkeuring.
5. Schade aan het werk, die is ontstaan tengevolge van het niet nakomen van de in het tweede of vierde lid
genoemde verplichting, is voor rekening van de aannemer.
6. Schade aan het werk, welke voor rekening van de aannemer is, zal door deze worden hersteld binnen door de
directie eventueel te stellen termijnen, tenzij van de aannemer redelijkerwijs niet kan worden verlangd, dat het
herstel door hem geschiedt. In dit geval, alsmede indien redelijkerwijs van de opdrachtgever niet kan worden
verlangd, dat hij het herstel door de aannemer laat verrichten, kan de opdrachtgever in plaats daarvan een
geldelijke vergoeding van de aannemer vorderen.
7. Niet voor rekening van de aannemer komende schade aan het werk zal, indien de opdrachtgever daartoe de
wens te kennen geeft en dit redelijkerwijs van de aannemer kan worden verlangd, eveneens door deze worden
hersteld binnen door de directie eventueel te stellen termijnen. In dit geval wordt het herstel als meerwerk
verrekend.