1. Tenzij het bestek anders bepaalt, dient de aannemer verzekeringen aan te gaan waarin de opdrachtgever en de
directie als mede-verzekerden zijn opgenomen, een en ander voor zover dit naar de aard en de omvang van het
werk nodig en gebruikelijk is. De aannemer zorgt ervoor dat de directie ten spoedigste schriftelijk bewijs van het
bestaan en de inhoud van vorenbedoelde verzekeringen ontvangt.
2. Indien door de opdrachtgever verzekeringen in verband met het werk zijn aangegaan of zullen worden
aangegaan, worden de condities en bepalingen daarvan aan het bestek gehecht en zorgt de opdrachtgever
ervoor dat de aannemer ten spoedigste schriftelijk bewijs van het bestaan en de inhoud van vorenbedoelde
verzekeringen ontvangt.
Hoofdstuk 12 Schade aan het werk