1. Het ingevolge de overeenkomst aan de aannemer toekomende bedrag is het saldo, gevormd door de
aannemingssom, verhoogd onderscheidenlijk verlaagd met hetgeen overigens aan of door hem ter zake van de
overeenkomst verschuldigd is.
2. Indien de aannemer volgens de overeenkomst recht heeft op betaling in termijnen, heeft met het oog op het
verschijnen van een betalingstermijn opneming van het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats.
In RAW−bestekken is bepaald dat verrekening plaats vindt in vier-wekelijkse termijnen. zie RAW-Standaard art.
01.02.01
3. Bij de opneming, bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de waarde van goedgekeurde, doch nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze krachtens § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden.
zie Bijlage B
4. Geschiedt de opneming, bedoeld in het tweede lid, niet binnen acht dagen nadat de aannemer daarom heeft
verzocht, dan kan de aannemer schriftelijk een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek binnen vier
dagen tot opneming over te gaan, Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt de opneming geacht te
zijn geschied en wordt het door de aannemer in zijn verzoek opgegeven termijnbedrag uitbetaald overeenkomstig het in het zesde lid bepaalde.
Conform bepaling 01.02.02 van de RAW-Standaard vindt de vierwekelijkse opneming plaats door de directie. Van
een goedkeuring van termijnen door de directie is dan dus ook geen sprake omdat de directie zelf de
termijnhoeveelheden heeft bepaalt.
5. Indien de directie na een opneming, bedoeld in het tweede lid, nalaat binnen vier dagen nadat de aannemer
daarom schriftelijk heeft verzocht, het resultaat van de opneming bekend te maken, wordt het door de
aannemer in zijn verzoek opgegeven termijnbedrag uitbetaald overeenkomstig het in het zesde lid bepaalde.
6. De uitbetaling van een termijn zal plaats vinden binnen vier weken, nadat bij de opneming, bedoeld in het tweede lid, is gebleken, dat de aannemer recht heeft op betaling van die termijn. Indien in het bestek is bepaald,
dat de betaling van een termijn eerst zal geschieden nadat de aannemer een declaratie heeft ingediend, zal de
betaling plaats vinden binnen vier weken nadat de declaratie in goede orde bij de directie is ingekomen. De
declaratie wordt geacht in goede orde bij de directie te zijn ingekomen indien de directie niet binnen zeven
dagen na ontvangst van de declaratie aan de aannemer heeft medegedeeld dat daaraan documenten ontbreken
welke nodig zijn ter beoordeling van de juistheid van de declaratie. Indien de directie tegen de inhoud van de
declaratie bezwaar heeft, stelt zij de aannemer onder opgave van redenen daarvan zo spoedig mogelijk, doch
uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de declaratie, op de hoogte.
De aannemer hoeft dus alleen maar de hoeveelheden van de directie over te nemen en deze te verrekenen
conform de prijzen uit de inschrijfstaat. Weegbonnen etc. zijn waarschijnlijk al bij het overleggen van weekstaten
verstrekt. In de praktijk dient middels een bestekspost aan de aannemer opgedragen dat hij wekelijks ‘hoeveelhedenstaten’ op basis van § 27 lid 7 moet aanleveren. Met ‘declaratie’ wordt hier de ‘factuur’ bedoeld. Met het woord ‘termijn’ worden de uitgevoerde hoeveelheden bedoeld.
7. Indien een termijn verschenen is, waarvan het bedrag beïnvloed kan worden door de eindafrekening van het
gehele werk, wordt die termijn gesteld op het bedrag, dat de aannemer, gegeven de voortgang van het werk,
ontwijfelbaar toekomt en wordt dit bedrag aan hem uitbetaald.
Hier wordt bedoeld dat indien de eindafrekening naar verwachting lager uitvalt dan de aannemingssom een
termijnberekening hiertoe verlaagd zou kunnen worden.
8. Indien een termijn nog niet verschenen is, kan de opdrachtgever niettemin, zo daartoe aanleiding bestaat, tot
gedeeltelijke betaling daarvan overgaan.
9. Indien niet is overeengekomen, dat betaling in termijnen zal geschieden, ontvangt de aannemer, vooruitlopend op de eindafrekening, binnen vier weken nadat het werk is opgeleverd het bedrag, dat hem ontwijfelbaar toekomt.
10. Op de betaling van bedragen buiten de aannemingssom of van bedragen buiten de termijnen van de
aannemingssom is het bepaalde in het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
11. Zo spoedig mogelijk na de oplevering van het werk, of, indien in het bestek een onderhoudstermijn is
voorgeschreven, zo spoedig mogelijk na het verstrijken daarvan, wordt de eindafrekening van het werk
opgesteld. Hetgeen reeds is betaald wordt dan in mindering gebracht op hetgeen de aannemer volgens het
eerste lid toekomt en het restant wordt hem binnen vier weken betaald. Indien de aannemer bij de
eindafrekening een bedrag aan de opdrachtgever verschuldigd blijkt, is hij binnen vier weken tot betaling
daarvan gehouden.
De eindafrekening wordt dus niet opgesteld bij oplevering maar na afloop van een voorgeschreven
onderhoudstermijn. Hierdoor is het mogelijk om de in de onderhoudstermijn uitgevoerde werkzaamheden nog te verrekenen.
12. Indien door in gebreke blijven of onvermogen van de aannemer de opdrachtgever het werk geheel of
gedeeltelijk uitvoert, of door anderen doet uitvoeren, wordt de betaling opgeschort, totdat zal zijn gebleken,
welk bedrag dientengevolge door of aan de aannemer verschuldigd is. Het bepaalde in § 45, eerste en tweede
lid, is niet van toepassing over het tijdvak van de opschorting.
13. In de in het voorgaande lid bedoelde gevallen heeft de opdrachtgever tevens het recht om voor rekening van de aannemer rechtstreeks aan onderaannemers en leveranciers een billijke vergoeding uit te keren voor de
werkzaamheden en leveringen, waarvoor deze nog geen betaling genoten. De opdrachtgever gaat hiertoe niet
over dan na de aannemer of diens wettelijke vertegenwoordiger ter zake te hebben gehoord.