Wijzigingen door de directie in de uitvoering van het werk aangebracht geven de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien van hem meer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
Wijzigingen in de door de aannemer bedachte wijze van uitvoering vallen buiten de werking van Hoofdstuk 10 en worden zodoende niet verrekend als meer- of minderwerk maar als bijbetaling. Zie ook de procedure volgens § 6 lid 15in geval van (stagnatie-) schade.
Veelal worden wijzigingen in de uitvoering afgerekend als bestekswijziging overeenkomstig § 36.
Hoofdstuk 10 Meer- en minderwerk