1. De opdrachtgever is gerechtigd een of meer personen aan te wijzen om als directie op te treden of de directie bij te staan dan wel als zodanig aangewezen personen door anderen te vervangen.
2. Indien de opdrachtgever niet een of meer personen wil aanwijzen om als directie op te treden, is hij verplicht
hiervan vóór de uitvoering van het werk schriftelijk mededeling te doen aan de aannemer. Indien door het niet
aanwijzen of niet vervangen van een of meer personen om als directie op te treden meer van de aannemer
wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, heeft hij recht op bijbetaling.
3. De opdrachtgever geeft van elke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is
gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer.
4. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken,
vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in
de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd.
In afwijking van dit artikel kan uit praktische overwegingen de directie aangewezen worden als eerste
aanspreekpunt én gevolmachtigde van de Opdrachtgever. Alle communicatie tussen de opdrachtgever en de
aannemer loopt dan via de directie. Voor de directievoerder zelf moet het wel helder zijn wanneer hij (intern)
moet ‘opschalen’.
De aannemer hoeft niet op de hoogte te zijn van interne afspraken of mandaten tussen de opdrachtgever en de
directie. Als de directie niet als gevolmachtigde van de opdrachtgever wordt aangesteld dan dient voor alle betrokkenen duidelijk te zijn door wie de opdrachtgever zich laat vertegenwoordigen voor prijsafspraken.
5. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de
directie te vertegenwoordigen.
Het verdient de voorkeur om maar één persoon als directie aan te wijzen en dit vast te leggen in de opdrachtbrief of in het verslag van het startoverleg.
6. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst.
In de UAV zijn geen bepalingen opgenomen betreffende het in gebreke stellen van de directie. Een aannemer kan in geval van een slecht presterende directie wel de opdrachtgever daarover aanspreken. Het verdient aanbeveling om in gevallen van een niet voldoende presterende directie dit zo spoedig mogelijk met
de directie én de opdrachtgever bespreekbaar te maken.
7. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk
aan de aannemer is medegedeeld.
Bijstaanders (toezichthouders) worden met naam en bevoegdheden aangewezen door de opdrachtgever. De
bevoegdheden kunnen worden vastgelegd in de opdrachtbrief of in het verslag van het startoverleg.
8. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen
Dit is een vorm van een tijdens de uitvoering opgelegd stoppunt hetgeen dus gezien kan worden als een
bestekswijziging. Indien hierdoor meer van de aannemer wordt verlangd dan redelijkerwijs kan worden gevergd
maakt deze aanspraak op bijbetaling.
9. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats.