1. De verplichtingen van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking stellen, onderhouden en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en andere hulpmiddelen worden in het bestek omschreven.
De teksten onder lid 2 en 3 zijn komen te vervallen omdat het praktischer is om per geval te bezien wat gewenst
wordt. De te stellen eisen dienen dan in het bestek te worden opgenomen. In een RAW-bestek dient hiertoe een
resultaatsverplichting in Deel 2.2. te worden opgenomen.
2. (Vervallen)
Onderstaande tekst was al komen te vervallen in de UAV 2012
Indien de beschikbaarstelling van een directieverblijf in het bestek is beschreven, stelt de aannemer dit binnentien werkdagen na de aanvang van het werk ter beschikking van de directie. Het moet bereikbaar zijn over eengoed begaanbaar toegangspad. Het verblijf moet bestaan uit de in het bestek te beschrijven tenminste 2,30 mhoge vertrekken, bij gebreke van welke beschrijving een vertrek met een vloeroppervlakte van ongeveer 12 m2moet worden gemaakt, voorts uit een spoelruimte, een tochtportaal, een closetruimte en afsluitbare kasten. Hetmoet in- en uitwendig een goed voorkomen hebben, worden samengesteld uit een waterdicht dubbel schotwerkvoor de buitenwanden en voor de plafond-dakconstructie en worden voorzien van de nodige vensters, eenwasbak en closetinrichting, voorts van gordijnen, tekentafel met afsluitbare laden, tekenbord, tafel, stoelen,kapstok, handdoeken, zeep en dergelijke. Indien het aanbrengen van een telefooninstallatie ten dienst van dedirectie in het bestek wordt voorgeschreven, staat deze, zonder tussenverbinding, uitsluitend te harerbeschikking; de kosten van de gesprekken zijn voor rekening van de opdrachtgever. De aannemer zorgt voorschoonhouden, verwarming en verlichting en voor verstrekking van drinkwater, koffie en thee.
3. (Vervallen)
Onderstaande tekst was al komen te vervallen in de UAV 2012
Alle loodsen, keten, directieverblijven, afsluitingen, hulpwegen, steigers, werktuigen, gereedschappen en anderehulpmiddelen voor de uitvoering worden, zolang zij voor het werk nodig zijn, door de aannemer in goede staatonderhouden. Zij worden, zodra zij niet meer nodig zijn, binnen een door de directie te bepalen termijn en in elkgeval vóór de oplevering van het werk, of, indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, vóór het einde daarvan, verwijderd.