1. Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden − zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden − eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende
bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle
aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever.
2. Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als bedoeld in het eerste lid wordt geacht te hebben
plaats gevonden:

a. indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen;
b. indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet.

Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever
aan de aannemer heeft betaald.
3. Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet
geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid.

zie ook § 38 lid 4 en 5 en § 40 lid 3

Indien in een RAW-bestek leverantieposten zijn opgenomen voor bijvoorbeeld straatwerk dan dient in het totaal
op te voeren aantal stenen óók het benodigde aantal stenen vanwege knipverlies opgevoerd te worden. Een
andere locatie voor het opvoeren van het knipverlies is in dit soort gevallen namelijk niet mogelijk. In het geval
van leverantieposten in een RAW-bestek dient § 38 lid 4, waar alleen de werkelijk aangebrachte m2 verrekend
mogen worden, dus anders gelezen te worden.

Om discussie over de hoeveelheid op te voeren stenen te voorkomen is het aan te bevelen om een bepaling op te nemen dat ook de stenen als gevolg van knipverlies hier opgevoerd dienen te worden.