Met ingang van 26 februari 2025 heeft een professionele opdrachtgever de mogelijkheid om uit twee UAV’s te kiezen, namelijk: de UAV 2012 en de UAV 2012 (versie2025).

Het verschil tussen beide versies zit hem in § 12. In de UAV 2012 (versie 2025) zijn de eerste twee leden van § 12 komen te vervallen en moesten de leden 4 en 5 hierdoor tekstueel worden aangepast. Indien er sprake is van een bouwwerk én een opdrachtgever-consument dan moet de UAV 2012 (versie 2025) toegepast worden en is de aannemer aansprakelijk voor alle schade welke zich na oplevering manifesteert én welke hem is toe te
rekenen.

Als in plaats van de UAV 2012 de UAV 2012 (versie 2025) wordt opgenomen dan kan dat een verzwaring betekenen van de aansprakelijkheid van de aannemer ná oplevering omdat ook de bij oplevering zichtbare maar niet opgemerkte gebreken nu voor rekening van de aannemer komen.

Het verdient aanbeveling om bij gebruik van de ’UAV 2012 (versie 2025)’ eenvoudig de tekst op te nemen: ‘UAV 2025’.

De hierna in vet weergegeven teksten zijn de wijzigingen in UAV 2012 (versie 2025) ten opzichte van de UAV 2012.

de UAV 2012de UAV 2012 (versie 2025)
1. Na de dag, waarop het werk overeenkomstig het
bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer
aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.
1. (vervallen)
2. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een gebrek:

a. dat toe te rekenen is aan de aannemer en
b. dat bovendien ondanks nauwlettend toezicht
tijdens de uitvoering dan wel bij de opneming van
het werk als bedoeld in § 9, tweede lid, door de
directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen
worden en waarvan
c. de aannemer binnen een redelijke termijn na de
ontdekking mededeling is gedaan.
2. (vervallen)
3. (vervallen)3. (vervallen)
4. De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek
waarvoor de aannemer krachtens het tweede lid
aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt
ingesteld na verloop van:

a. vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of
b. tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag,
indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort
of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is geraakt
of ongeschikt dreigt te geraken voor de
bestemming waarvoor het blijkens de
overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan
worden verholpen of kan worden voorkomen door
het treffen van zeer kostbare voorzieningen.
4. De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek
waarvoor de aannemer krachtens de wet
aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt
ingesteld na verloop van:

a. vijf jaren na de dag, waarop het werk
overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of
tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, of
b. tien jaren na de dag, waarop het werk
overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of
tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd,
indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort
of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is
geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de
bestemming waarvoor het blijkens de
overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan
worden verholpen of kan worden voorkomen door
het treffen van zeer kostbare voorzieningen.
5. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is
voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze
paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in
de plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en
wordt onder opneming van het werk verstaan: de
opneming genoemd in § 11, zesde lid.
5. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is
voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze
paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in
de plaats van de dag, waarop het werk
overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of
tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd en
wordt onder opneming van het werk verstaan: de
opneming genoemd in § 11, zesde lid.