1. De aannemer is gehouden, in afwachting van de totstandkoming van een uitspraak in het geschil, opvordering
van de directie het werk volgens haar aanwijzingen voort te zetten, tenzij de Raad van Arbitrage in spoedgeschil
anders beslist en onverminderd zijn rechten, die uit bedoelde uitspraak voor hem mochten voortvloeien.
2. Voor zover de uitkering van enige termijn van betaling vertraging zou ondervinden in verband met een
aanhangig geschil, zal de opdrachtgever tot zodanige betaling overgaan als in verband met de stand van het
werk en de wederzijdse vorderingen toelaatbaar is. Zodanige betaling zal niet in het geding kunnen worden
gebruikt als bewijs van de erkenning door de opdrachtgever van enig recht van de aannemer.

Bijlage A
Volmacht van de aannemer

Deze volmacht dient ingevuld te worden door de aannemer of in het geval van een gezamenlijke inschrijving, door alle aannemers. De directievoerder dient deze door de aannemer getekende volmacht, ter goedkeuring te ondertekenen. De volmacht kan worden gesplitst in bijvoorbeeld een financiële volmacht en een volmacht voor de uitvoering. Naast de volmacht van de aannemer is het aan te bevelen om ook een volmacht van de opdrachtgever op te stellen.

Volmacht

De ondergetekende(n)

……………………………….. (naam of namen van de aannemer(s))

…………………………….…. (indien gevolmachtigde van gezamenlijke aannemers hier ‘gevolmachtigde van de’ invullen)

…………………………….…. (beschrijving van het aangenomen werk)

Wijst/wijzen als zijn/hun gevolmachtigde aan : …………………………….…. ( naam en voornamen van de gevolmachtigde) die

hem/hun in alle opzichten vertegenwoordigt voor alle zaken betreffende : ………………………………………. (het werk of gedeelte ervan alsmede eventuele bijzondere voorwaarden)

De aannemer(s)

……………………………….. (handtekening van de aannemer)

……………………………….. (handtekeningen van de overige aannemers)

d.d. : ………………………. (plaats en datum van ondertekening)

Goedgekeurd,

de Directie,

……………………………….. (naam en handtekening van de directie)
d.d. : ………………………. (plaats en datum van ondertekening)

Bijlage B
Afstandsverklaring eigendom bouwstoffen

Deze afstandsverklaring dient ondertekend te worden door de leverancier van de betreffende producten. De leverancier doet daarmee afstand van alle aanspraken.

Ondergetekende …………………………….…. (de leverancier van de bouwstoffen),
Gevestigd te …………………………….…. (volledig adres van de leverancier), in aanmerking nemende:

1e. dat …………………………….…. (naam van de opdrachtgever), gevestigd te (volledig adres van de opdrachtgever), hierna genoemd ‘de opdrachtgever’,

aan …………………………….…. (naam van de aannemer) gevestigd te …………………………….…. (volledig adres van de aannemer) hierna genoemd ‘de aannemer’,

heeft opgedragen …………………………….…. (korte beschrijving van het werk), op welke overeenkomst de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (versie 2025) van toepassing zijn;

2e. dat de aannemer voornemens is daarin de in onderstaande Lijst van Bouwstoffen vermelde bouwstoffen te
verwerken;

Verklaart: dat hij/zij afstand doet van alle aanspraken op bedoelde bouwstoffen en deze na de goedkeuring beschouwt als eigendom van de opdrachtgever ingevolge § 19, eerste lid, der Uniforme Administratieve Voorwaarden voormeld.

Lijst van Bouwstoffen:

…………………………………………………………….….

…………………………………………………………….….

…………………………………………………………….….

…………………………………………………………….….

…………………………………………………………….….

d.d.: ……………………….. (plaats en datum van ondertekening)

…………………………….…. (handtekening van de leverancier)

Wijzigingen in de UAV 2012 ten opzichte van de UAV 1989:

– Paragraaf 1: aan de begripsbepaling van de UAV en van het werk is toegevoegd ‘technisch installatiewerk’. Door integratie van de UAV-TI 1992 was deze toevoeging noodzakelijk geworden.

– Paragraaf 4: Het formulier A met betrekking tot de vertegenwoordiging van de aannemer bij volmacht wordt verplicht voorgeschreven. Het formulier dient daarmee niet meer louter als voorbeeld.

– Paragraaf 5 lid 1 en paragraaf 6 lid 10: De begrippen ‘vergunningen, ontheffingen of dergelijke beschikkingen’ zijn vervangen door ‘publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen’.

– Paragraaf 5 lid 5: de specifieke bepaling over de aansprakelijkheid van de opdrachtgever voor de niet of niet tijdige levering van bouwstoffen die bij een voorgeschreven leverancier worden betrokken, dan wel bouwstoffen die door de opdrachtgever zijn voorgeschreven, is vervallen. Hiermee wordt de positie van de voorgeschreven leverancier gelijkgetrokken met die van de voorgeschreven onderaannemer.

– Paragraaf 5 lid 8 en paragraaf 6 lid 6: de zorg voor veiligheid en milieu is aangescherpt. Deze aanscherping is daarnaast terug te vinden in de toevoeging aan paragraaf 6 van lid 16a dat voorziet in een meldingsplicht voor het aantreffen van voorwerpen of stoffen waarvan redelijker- wijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu.

– Paragraaf 6 lid 14: ‘Goede trouw’ is vervangen door ‘de eisen van redelijkheid en billijkheid’.

– Paragraaf 6 lid 26: De zin ‘deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden’ is toegevoegd.

– Paragraaf 6 lid 27: het woord ‘uitvoeringskosten’ is vervangen door ‘kosten’.

– Paragraaf 8 lid 4 en 5: De redactie is aangepast om een duidelijk onderscheid te maken tussen de situatie dat een aannemer recht heeft op termijnverlenging en de situatie dat hij bij wijze van gunst om termijnverlenging vraagt.

– Paragraaf 8a: de beproeving van het technische installatiewerk, afkomstig uit de UAV-TI 1992, is opgenomen.

– Paragraaf 10: lid 1a is toegevoegd waarin is opgenomen een bepaling betreffende de verstrekking van revisietekeningen en bedienings- en onderhoudsvoorschriften van het technische installatie- werk.

– Paragraaf 10 lid 3: een uitgebreidere regeling is opgenomen voor de ingebruikname van een werk voordat dit voltooid is dan wel voor de ingebruikname van een al dan niet voltooid onderdeel daarvan. Ten aanzien van het technische installatiewerk is hier een specifieke bepaling opgenomen.

– Paragraaf 11: bij het herstellen van gebreken door de aannemer is toegevoegd dat hieronder niet vallen die gebreken die het gevolg zijn van onjuist of onzorgvuldig gebruik dan wel gekwalificeerd kunnen worden als normaal te verwachten slijtage als gevolg van het feitelijke gebruik.

– Paragraaf 12 lid 2: formuleert de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering. Betreft deels een samenvoeging met lid 3 en deels een aanpassing aan het huidige Burgerlijk Wetboek (BW).

– Paragraaf 12 lid 4: voor de rechtsvordering wordt nu onderscheid gemaakt naar de duur van de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken, afhankelijk van de aard van het verborgen gebrek.

– Paragraaf 17 lid 2: de opdrachtgever is niet langer verplicht bouwstoffen te keuren. In het bestek moet worden bepaald of en in hoeverre bouwstoffen moeten worden gekeurd.

– Paragraaf 17 lid 3: de formulering over gebreken na de keuring is aangepast met de termen ‘redelijkerwijs niet door de directie had kunnen worden onderkend’ en ‘het gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend’.

– Paragraaf 17 lid 5: is aangevuld met de bepaling dat de directie de goedkeuring voor andere bouwstoffen in plaats van met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen, mits van overeenkom- stige hoedanigheid, niet onthoudt op onredelijke gronden.

– Paragraaf 18 lid 1: keuring in de vorm van visuele beoordeling is opgenomen indien in het bestek is voorgeschreven dat bouwstoffen moeten worden geleverd met een kwaliteitsverklaring afkomstig van een door de Raad voor de Accreditatie erkende certificatie-instelling. Hiermee wordt aangesloten bij de praktijk.

– Paragraaf 21: is in overeenstemming gebracht met de Wet milieubeheer door de term ‘niet van waarde zijn’ bij uit het werk komende oude bouwstoffen te schrappen. In het bestek kan worden afgeweken van de hoofdregel dat de uit het werk komende oude bouwstoffen eigendom blijven van de opdrachtgever. Voorts is verwijtbaarheid vervangen door toerekenbaarheid.

– Paragraaf 22 lid 2: gebreken in relatie tot een garantie over één of meer onderdelen van het werk zijn duidelijker geformuleerd. In afwijking van het advies is niet overgenomen de voorgestelde toevoeging ‘op grond van de U.A.V.’. Een omstandigheid die aan de aannemer kan worden toegerekend kan namelijk bijvoorbeeld zijn gebaseerd op de UAV maar ook op het bestek voor het betreffende werk.

– Paragraaf 23: de verplichtingen van de aannemer in relatie tot het ter beschikking stellen en onderhouden van loodsen en andere hulpmiddelen zijn algemener geformuleerd en er wordt verwezen naar het omschrijven van de verplichtingen in het bestek. De rest van paragraaf 23 is vervallen. In afwijking van het advies is verder toegevoegd ‘en verwijderen’ en ‘en/of directiever- blijf’ in de zin: ‘De verplichtingen van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking stellen, onderhouden en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en andere hulpmiddelen worden in het bestek omschreven.’ Ook over het ter beschikking stellen en onderhouden van een eventueel directieverblijf en het verwijderen van de loodsen en andere hulpmiddelen in zijn algemeenheid (inclusief een eventueel directieverblijf) dient in het bestek te worden voorzien. Hiermee wordt een verduidelijking gegeven van de hulpmiddelen waar in het bestek op moet worden ingegaan.

– Paragraaf 26: opgenomen is dat de aannemer een algemeen tijdschema opstelt en wat daarin moet zijn opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de praktijk.

– Paragraaf 27: in de titel is toegevoegd ‘verslagen van bouwvergaderingen’. Uit de rechtspraak blijkt dat, indien is overeengekomen om tijdens de uitvoering van het werk bouwvergaderingen te houden, dit belangrijke stukken zijn.

– Paragraaf 27 lid 1: is aangescherpt zodat het nu ook voorziet in een verplichting om een aanteke- ning in het weekrapport te maken over voorvallen betreffende de veiligheid en/of gezondheid van personen.

– Paragraaf 36: lid 1a is toegevoegd die de gevolgen voor de prijs vanwege een door de opdrachtge- ver gewenste bestekswijziging regelt.

– Paragraaf 42 lid 2: het bedrag der kortingen is gewijzigd van een bedrag in guldens naar een bedrag in euro‘s.

– Paragraaf 48: over het vastleggen van de toestand in een proces-verbaal is bepaald, dat het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw geldt, zoals dit drie maanden voor de dag van de aanbesteding luidt.

– Overig: ‘geldsbedragen’ is gewijzigd in ‘geldbedragen’, ‘netto-prijzen’ is gewijzigd in ‘prijzen’, ‘netto-kosten’ is gewijzigd in ‘kosten’, de actuele naam van de Raad van Arbitrage voor de Bouw is opgenomen, ‘krankzinnigengesticht’ is gewijzigd in ‘psychiatrisch ziekenhuis’, ‘is te wijten aan schuld’ en ‘is te wijten aan’ is gewijzigd in ‘is toe te rekenen’, cursivering van de begrippen in paragraaf 1, verwijdering van de definitie van BW uit paragraaf 1, omdat die definitie niet meer in de tekst voorkomt, verwijdering van punten in de definitiebepaling van UAV in paragraaf 1 en overige paragrafen, toevoeging van ‘hij’ in paragraaf 10, derde lid, verwijdering van een tussen- streepje in de tweede zin van paragraaf 26, vierde lid en ‘formulier A’ is gewijzigd in ‘bijlage A’.

TOELICHTING

Met het vaststellen van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) wordt een actualisering van de UAV 1989 doorgevoerd. De aanleiding voor deze actualisering is gelegen in wijzigingen in relevante wet- en regelgeving en ontwikkelingen in de jurisprudentie sinds 1989 en de invoering van de euro. De relevante wet- en regelgeving betreft de gedeeltelijke invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992 en de titel Aanneming van Werk die daarin in 2003 is opgenomen. Ook was een aanpassing nodig vanwege de Wet Milieubeheer op het gebied van het zich ontdoen van afvalstoffen. Aanpassing naar aanleiding van de Europese richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (2011/7/EU) zal na implementatie van de richtlijn plaatsvinden. Daarnaast is de UAV-TI 1992 geïnte- greerd in deze UAV en is aandacht besteed aan de eenduidigheid van begrippen en definities. Het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) heeft als coördinerend minister voor het rijksopdrachtgeverschap aangaande bouwwerken een adviesop- dracht verstrekt aan het Instituut voor Bouwrecht (IBR). Voor de uitvoering van deze opdracht heeft het IBR een Werkgroep Herziening UAV 1989 gevormd bestaande uit vertegenwoordigers van Bouwend Nederland, UNETO/VNI, STABU, Gemeentewerken Rotterdam en Universiteit van Tilburg). Na de opheffing van het ministerie van VROM is het opdrachtgeverschap overgegaan naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Op 14 februari 2011 heeft de Werkgroep advies uitgebracht aan het ministerie van BZK. Het advies is mede gebaseerd op de resultaten van twee door de Werkgroep gehouden Expertmeetings. Tijdens deze Expertmeetings konden ook andere bij de UAV 1989 betrokken partijen (opdrachtgevers, opdrachtnemers, adviesbureaus, wetenschap en advocatuur) commentaar indienen. De Werkgroep meent daarom dat het advies in grote lijnen kan bogen op instemming van degenen die aanwezig waren tijdens de Expertmeetings. Het advies van de Werkgroep is nagenoeg geheel overgenomen. Op enkele punten is afgeweken van het advies. De wijzigingen ten opzichte van de UAV 1989 zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen.